dood

Dood door schuld

Verstikkend, als een wollen deken lag het pak sneeuw op de akkers en weilanden, de sloten en dijken. Het was twee dagen voor kerstmis 1963 en het was bitter koud. Mijn gemoed verviel dagelijks in een huilbui waar geen eind aan leek te komen. ‘Het’ werd door niemand uitgesproken, maar iedere oogopslag in mijn richting was doordrenkt met verwijt. Nu het te laat was werd het me steeds duidelijker hoe nalatig ik was geweest en het bewustzijn van mijn gebrek aan dapperheid bleef maar groeien. Liesje was eergisteren begraven zonder mijn bijzijn, liever was ik begraven geweest, liever ik. Steeds opnieuw veegde ik met mijn wanten het condens van de ramen om naar de deken van sneeuw te kijken. Het rook naar diesel en warm rubber in de bus en ik vroeg me af hoe mijn grootouders zouden reageren wanneer we zouden aankomen. Ook zij waren op de begrafenis van Liesje geweest, maar ik had ze toen niet gezien en nu durfde ik ze niet onder ogen te komen, bang was ik voor hun reactie en ik kon geen kant op met mijn verdriet. Weglopen uit deze ellende was vorige week al niet gelukt, waar moest ik heen? 

ijswak.jpg

…‘Pas je goed op je zusje? Geef een handje wanneer jullie naar school lopen.’ Moeder had het nog zo nadrukkelijk gezegd: ‘Pas goed op je zusje.’
We hoefden van huis uit alleen maar de Mauritslaan af te lopen en bij de singel links af te slaan om bij de Willem de Zwijgerschool uit te komen. Op de singel werd geschaatst en eenden zwommen in een wak. Liesje was gek op de eenden, gevangen in hun te klein winters bad. Ze liet me los, gleed uit en schoof in een zucht onder het ijs. De eenden kwaakten en fladderden een korte tijd, toen was het stil en het bleef stil. Tot aan mijn knieën stond ik hulpeloos in het wak te zoeken naar Liesje met haar rode wollen muts in mijn handen, maar ik kon haar niet vinden. ‘Liesje! Liesje!’ Twee schaatsers kwamen me helpen met zoeken en één van hen dook zelfs in het wak, hij kwam weer boven maar zonder Liesje. Steeds meer mensen kwamen kijken en mijn ongerustheid groeide met de seconde. Van het een op andere moment was mijn zusje van de aardbodem verdwenen, mijn voeten voelde ik niet meer. Tientallen schoolkinderen waren uitgelaten en deden stoer. Na een tijd kwam de brandweer en vonden haar, maar het was mijn zusje niet meer, ze leek op een pop, wit, slap en nat.
Mijn moeder had geen oog voor mij, ze was in alle staten en ik schaamde me diep. Ze liep nog met haar schort voor, ze hield haar handen voor het gezicht en gilde; ‘Liesje, nee niet Liesje!’ Er was zo veel drukte om me heen en ik wist niet wat er van me werd verwacht. Moest ik naar school of moest ik naar huis? Zou mijn moeder ook om mij zo hebben gegild? Nico, de fietsenmaker, nam me mee naar zijn winkel en daar kreeg ik warme chocolademelk, mijn moeder zag ik niet meer, de kinderen liepen ravottend naar school, lachend en joelend.
Bij Nico kreeg ik een warme broek en schone sokken van zijn zoontje en mijn schoenen werden voor de kachel gezet. Hij fluisterde met zijn vrouw en ik mocht zoveel koekjes eten als ik maar wilde.
Mijn broer, die al in de zesde zat, kwam me halen om me thuis te brengen. Er was niemand thuis en mijn broer zei niets, behalve: ‘Je zal d’r wel van horen!’ Hij ging verder spelen met zijn Lego. Het verwijt naar mezelf toe groeide met de minuut. Ik durfde mijn ouders niet onder ogen komen. Een buurvrouw die bij ons kwam oppassen praatte alleen tegen mijn broer. Ik moest zorgen dat ik het huis had verlaten voordat mijn ouders zouden thuiskomen. Op mijn kamer vond ik mijn groene rugzak en op mijn tenen liep ik de trap af naar de keuken om boterhammen met kaas klaar te maken, een fles chocolademelk en twee appels in mijn tas te doen. Door de achterdeur liep ik het huis uit en heb de roepduifjes uit hun benarde hokje bevrijd, om tenminste toch een goede daad te verrichten vandaag. Het fladderen van hun vleugels deed de buurvrouw opschrikken, ze tikte driftig met haar ring tegen het raam, maar ik was al weg, weg van hier. Waarom ik juist de Mauritslaan ben afgelopen weet ik niet meer en ik weet ook niet waarom ik de winkel van Nico ben ingelopen. Heel veel later kwam mijn vader me halen en tijdens de wandeling naar huis werd niets gezegd. Mijn rugzak woog als lood…

Vroeg in de avond stopte de bus op het marktplein van het dorp. Opa stond, slechts gekleed in zijn zwart kostuum met sjaal en hoed, te wachten op de stoep van café ‘De gouden leeuw.’ Het blauwwitte schijnsel van de straatlantaarns gaven de avondsneeuw een lavendelkleurige gloed, de overige kleuren waren opgeslokt. Met een sissend geluid opende de deur van de bus. Opa begroette mijn ouders, moeder moest weer huilen, mijn broer volgde en ging glijden over de harde sneeuw, ik stapte traag uit, als laatste, met gebogen hoofd. Opa tilde me op van de traptree met zijn grote handen en nam me in zijn armen, ik barste in snikken uit.
‘Stil maar jongen, stil maar.’ Mijn snot en kwijl lieten sporen na op de schouder van het colbert van opa, ik beet in mijn wollen want. Op weg naar de kruidenierswinkel van opa week ik niet van zijn zij. Sinds dagen was dit de eerste persoon waar ik troost kon vinden, die me misschien begreep. Mijn vader mikte de peuk van zijn sigaret, weg tussen duim en middelvinger. Het voelde als een agressief en dwingend gebaar of hij zich afvroeg hoe dit kerstweekend zou verlopen of, als een poging om een eind te maken aan de malaise. Oma had een krant over de eettafel gespreid en daar allerhande drank opgezet van eigen makelij. Bier in stopflessen, advocaat, rozijnen en abrikozen op brandewijn. Ook stond er een fles jenever en daar werden vier glaasjes van ingeschonken. Twee ooms en tantes waren al gearriveerd, de tantes namen mijn moeder mee naar de keuken, samen met oma. Ik hoorde het snikken vanuit de keuken en af en toe een geforceerd, gesmoord geluid van mijn moeder, neuzen werden gesnoten. In de woonkamer was het stil. De ooms Piet en Leen zaten met gebogen hoofd een sigaret te roken, hun benen naar de zelfde kant over elkaar geslagen.
‘Ja, ja’ zei oom Leen en blies de rook uit door zijn neus, hij boog het hoofd nog dieper en klopte een vermeend stofje van zijn broek ter hoogte van zijn knie.
’T ‘is wat hè’ zei Piet, om ook iets te zeggen te hebben. Opa, mijn vader en de twee ooms hieven het borrelglas, mijn vader morste op zijn revers.
‘Op Lies,’ zei opa.
‘Op Liesje,’ antwoordde men in koor. Vanuit de keuken hoorde ik uithalen van mijn moeder. Opa haalde een Elisabeth Bas uit het cellofaan en zuchtte diep.
Ik moest al vroeg naar bed. Boven op zolder moest ik een twijfelaar delen met mijn broer, die nog een tijdje mocht opblijven. Opa kwam me instoppen en sprak me bemoedigende woorden toe. Hij sloot het trapgat af met een stoel, zodat ik niet naar beneden kon vallen. Tussen de dakpannen door zag ik de sterren en dacht maar aan één ding, aan Liesje’s dood. De slaap kwam met tranen op mijn kussen en ik heb niet gemerkt dat mijn broer naar bed kwam. ’s Ochtends werden we wakker met de sneeuw op ons haar en op de gestreepte peluw. We treuzelden zo lang we konden om uit bed te komen want de kou was onvoorstelbaar en het bed verleidelijk warm. Vanuit de keuken walmde de geur op van gebraden witte worst. Toen we eenmaal beneden kwamen zat opa aan tafel in zijn hansop en zijn ongekamde dunne grijze haren zijn balletje worst te eten, een druppeltje vet liep over zijn ongeschoren kin. Met zijn brede, tandeloze glimlach wees hij met zijn vork naar de stoel naast hem.
‘Even bidden en dan eten, goed zo, vent.’ 

Meer werk van Wim Oudesluijs




agenda

10-03-2010 Ledenwerfcadeau

Iedereen van 18 jaar en ouder die tijdens de Boekenweek betalend lid wordt van  lees verder.

10-03-2010 Boekenweek-cv over Joost Zwagerman

Het Boekenweek-cv is het cadeau van de Openbare Bibliotheken ter gelegenheid van  lees verder.

10-03-2010 75 jaar boekenweekgeschenken

Naast een uitgebreide boekentafel op het Plein rondom het thema 'Jong zijn in de  lees verder.

18-03-2010 Een avond met ... Joost Zwagerman n.a.v. Boekenweekgeschenk Duel

Joost Zwagerman (1963) debuteerde in 1986 met de roman De houdgreep. Sindsdien  lees verder.

20-03-2010 Lezing: De Spiegeljongen

De Zeeuwse schrijfster Floortje Zwigtman vertelt over haar nieuwste boek ? De  lees verder.

23-03-2010 Een avond met...Nico Dijkshoorn

Nico Dijkshoorn (48) studeerde Nederlands en Aardrijkskunde aan de  lees verder.

30-03-2010 Rinus Spruit over zijn boek De rietdekker

Schrijver Rinus Spruit geeft een lezing over zijn boek De rietdekker. Door  lees verder.

07-02-2010 Poetryslam: Slam by the Sea

Op een poetryslam (poëzieslag) gaan dichters op een moderne manier een wedstrijd  lees verder.

06-04-2010 Een avond met ... Bas Haring

Bas Haring: filosoof, schrijver, tv-persoonlijkheid en hoogleraar. Iemand die je  lees verder.

10-05-2010 Lezing: De Grote Tazelaar, ridder en rebel

Lezing door Victor Laurentius in het kader van de Maand van de Vrijheid een over  lees verder.