bretagne

Bretagne

De reden dat ik deze maal had gekozen voor de westkust van Frankrijk is me altijd een raadsel gebleven. Dat ik de grillige rotskust van Bretagne, met het grijzig koude water dat zich tot buiten het gezichtsveld terugtrekt bij eb, verkoos boven de stranden met het warme, diepblauwe water van de Middellandse Zee, ís ook moeilijk te verklaren.

Op een doordeweekse dag in mei stapte ik in mijn auto met een weekendtas gevuld met wat kleding voor een dag of vijf, zes. Nu doe ik zulke uitstapjes wel vaker, maar tot dusver vertrok ik steeds in zuidoostelijke richting. Een trip naar de Ardennen, of naar Luxemburg. Naar Fontainebleau, om de voetsporen te zoeken van de schilders Gabriël, Roelofs en Mauve die hier met modern gevoel van het tijdsbeeld de Haagse School een basis gaven.

Normandië had ik overigens wel al jaren eerder als doel uitgezocht voor een korte vakantie, ik was benieuwd naar het slagveld, zo ook ik nieuwsgierig of misschien wel een weinig opgewonden was bij een bezoek aan Verdun. Het leed kon je hier zo voelen, ook na al die jaren nog. Ik wilde met een moeilijk te omschrijven gevoel van respect plaatsen bezoeken die de wereldgeschiedenis een wenteling hadden gegeven. Mannen en jongens die vochten op leven en dood onder omstandigheden die voor mij ondenkbaar zijn..

Over de kustwegen naderde ik de Côtes-D‘Armor. Hier aangekomen wilde ik in eerste instantie Bretagne rechts laten liggen, om vervolgens door te steken naar Finistère, maar zonder enig aarzelen draaide ik ter hoogte van Saint-Brieuc het stuurwiel naar rechts. Het zal mijn wispelturige aard zijn geweest bij deze ondoordachte daad, maar het aanzicht van de omgeving beviel me wonderwel. Het weer zat me niet mee, en de auto die ik me voor heel weinig had aangeschaft, lekte hemelwater door het linnendak, gelukkig ter hoogte van de passagierstoel. Slechts de nummerplaten verrieden mijn afkomst, omdat de auto door de fabriek van Citroën was vervaardigd en mijn uiterlijk kon doorgaan als zijnde van een Fransoos.

Onder hevige regenval reed ik het plaatsje Ploubazlanec binnen waarbij de plaatselijke harmonie onder een geïmproviseerd tentendak, muziekstukken ten gehore bracht die enigszins vals werden gespeeld. Uiteraard zal het niet om mij te doen zijn geweest maar ik kon een glimlach niet onderdrukken bij de gedachte dat het wellicht toch iets te maken had met mijn komst naar deze uithoek. Temeer omdat geen enkele toeschouwer de moeite had genomen de harmonie op korte afstand te aanschouwen.

Ik parkeerde mijn 2CV pal voor het muziekkorps op het marktplaatsje en bleef me een korte tijd verbazen over het tafereel dat zich aan de andere kant van de ruitenwissers afspeelde. De leden van het korps stonden allen in een kring met hun instrument naar elkaar toegekeerd, terwijl twee jonge meisjes ieder op een hoek van het podium als balises, kunstjes stonden te doen met hun majorettestokjes. Ik besloot hier niet te blijven staan en nog een stukje door te rijden naar de haven, die was te bereiken via een doodlopende straat. Op de hoek stond een café waar ik misschien iets te eten kon bestellen.

Het zal toeval zijn geweest, dat toen ik de deur van het café opende, de muziek van de kapel plots stopte. Ongeveer zes mannen zaten aan de bar en ook zij staakten hun conversatie abrupt bij mijn binnenkomst. Allen draaiden zich om en begroetten me met een gepreveld ‘bonjour.’ Achter de toog stond een oud besje van niet hoger dan een meter veertig, ze kon nauwelijks bij de kraan om een pilsje voor haar gasten te tappen. Een zoogster zat met een baby op schoot voor het raam en lachte me tandeloos toe.

De oude bes zei alleen: ‘Monsieur?’ Wat zoveel zou betekenen of zij enige arbeid voor mij diende te verrichten. Ik vroeg haar een witte wijn en een mogelijkheid tot het bestellen van enig voedsel, letterlijk vertaald, want mijn kennis van de Franse taal beperkt zich tot basis uitdrukkingen en niet al te gecompliceerde korte zinnen. Ze kon wel enkele eieren bakken als ik daar prijs op stelde. Ik vond het prima. De mannen aan de bar gingen verder met hun gesprek en de zoogster uitte zo nu en dan met schelle stem een korte opmerking richting de bar. Ze gilde op een beheerste manier waarbij de baby grote donkere ogen opzette. Doordat het communiceren in de Bretonse taal ging, kon ik op geen enkele manier volgen wat er werd gezegd. Toen de bes mij de wijn bracht, vroeg ik haar waar ik een hotel kon vinden, of een pension, want onderweg was ik niets tegengekomen dat leek op een uitspanning waar ik kon overnachten. Ik begreep niet direct wat ze als antwoord gaf, maar we kregen bijval van de zoogster, die mij op schrille toon te verstaan gaf dat de bes boven het café een leegstaand appartement bezat dat tegen een schappelijke prijs werd verhuurd aan passanten.

Ik voelde dat direct antwoord werd verwacht, maar ik had mijn bedenkingen, het geheel kwam mij niet erg gastvrij over. De mannen keerden zich wederom op hun barkruk en keken mij samen met de bes en de zoogster afwachtend aan, er werd geen woord gezegd.

‘Bon,’ was het enige wat ik over mijn nauwelijks geopende lippen kon uitbrengen. ‘Maar mag ik straks even het appartement zien, alstublieft?’ Het gesprek aan de toog kreeg weer een vervolg en de mannen keerden zich weer in de richting van hun pernod en ricard op de bar. De baby deed een boertje op de schouder van de zoogster en de bes wende zich naar de keuken om mijn eieren te halen. Een pannenkoekenbord met vier boterhammen met een dito hoeveelheid eieren werd samen met een peper- en- zoutstel voor mijn neus gezet. Een meisje van een jaar of veertien kwam uit de keuken, liep naar een antiek hangkastje achter de bar waar ze een sleutel uit haalde en verdween. Ik had direct het vermoeden dat zij het appartement in orde zou maken, terwijl ik in de tussentijd mijn maaltijd zat te verorberen.

Via de keuken en een terras aan de achterkant van het café, met een fabuleus uitzicht over de haven, werd me de toegang tot het appartement gewezen. Het jonge meisje liet ik na mij de trap oplopen. Ze had een bijna doorschijnend zijdeachtig jurkje aan. Ze zei helemaal niets toen we boven aankwamen en bleef een beetje beteuterd met gebogen hoofd op de overloop staan, met de toppen van haar vingers tegen elkaar voor haar schoot. Ik deed net of ik zeer geïnteresseerd de kamers bekeek, en vroeg haar zijdelings naar het optreden van de harmonie. Met een hand voor haar schoot en een hand voor haar giechelmondje, proestte ze dat het een wekelijkse repetitie betrof, alsof ze zich er voor schaamde, wat ik me wel enigszins kon voorstellen. Echt schoon was het niet, het appartement, en het was allemaal zeer gedateerd, zeg maar antiek. Maar wat zou het mij ook uitmaken, als ik maar een bed had voor de nacht.

‘Bien, très bien,’ loog ik en het zijdeachtige jurkje maakte een huppeltje op haar tenen. We liepen de trap weer af naar het terras waarbij ik haar nu wel voor liet gaan, wat ze waarschijnlijk in al haar onschuld niet besefte. Het besje bleek haar oma te zijn die me vroeg vooruit te betalen, wat ik geen enkel bezwaar vond. De auto kon ik op het talud van de haven parkeren, ik nam mijn tas uit de 2CV en ging een poging doen me te installeren.

Een fenomenaal uitzicht over de haven met schuin liggende vissersbootjes op het slik, krijsende meeuwen en een boetende visser, zijn meer dan genoeg om het even vol te houden. De keuken van het appartement zou ik niet gebruiken, was mijn voornemen, want op het achterterras van het café had ik rieten manden zien staan met mosselen, krabben en kreeften. Ik vroeg de bes wat ’s avonds het menu zou zijn, maar daar kwamen we wederom niet helemaal uit. Haar kleindochter viel deze keer bij en zei dat wanneer ik een liefhebber van verse vis was, ik mijn hart kon ophalen, wat ik zondermeer als waarheid aannam. Ik had me opgefrist, een kabeltrui over een T-shirt aangetrokken en een lederen motorjack, om op de zij het droge maar kille avond het dorp te verkennen. Eerst liep ik een stukje over de haven, het was intussen vloed geworden, de bootjes lagen te kabbelen en eigenwijs te trekken aan de lijnen. Het dorp was uitgestorven. Bij de kruidenier kocht ik een pakje Gitanes met geel vloei en in een café op het marktpleintje dronk ik een calvados. Men dient de plaatselijke geneugten te waarderen, waar men zich ook begeeft. Voor mij geen straf om met een sigaret van zware tabak en een goed glas de avond in te luiden.

Waar ik ook ga, er ligt altijd wel een boek in de auto, dit keer was Kees van Kooten aan de beurt want een aantal ‘modernismen’ had ik nog gemist. Groot was mijn verbazing toen tijdens het nuttigen van een tweede glas calvados het licht doorschijnende giechelmondje binnen stapte. Automatisch gebruikte ik Van Kooten als dekmantel, half voor mijn verbaasde ogen geheven. Giechelmondje was opgemaakt als een hoertje op zoek naar haar eerste klant, weliswaar met een te groot regenjack over haar lichte doorzichtigheid, maar toch. Gegeneerd bleef mijn blik op het boek gericht, Mon Dieu, ze lachte me nog toe ook! Ik bleef waar ik was, ik vergat mijn sigaret en mijn calvados die me voor geen cent meer smaakten. Over mijn boek heen bezag ik het doorschijnende geval met de barman praten. ‘Allo…’, huppelde ze weer op haar tenen en wiebelend met haar dunne vingertjes in mijn richting. ‘Bon soir,’ verweerde ik mezelf. Ze was meer dan het tegenovergestelde preutse pubertje dat ik nog geen drie uur eerder had gezien, hoe kom ik hier in godsnaam vanaf.

Een pezige jongeman met een gebruind vel kwam met zijn helm in de hand de kroeg binnen en bood uitkomst. Giechelmondje nam een aanloop en stormde op hem af met een wijdbeendse sprong, hem tussen haar benen klemmend en met haar magere handjes in zijn nek krabbend. God wat is echte, prille liefde toch schitterend mooi. Zeer opgelucht was ik en schaamde me diep dat ik veronderstelde dat iets van het tentoongestelde voor mij bedoeld zou zijn geweest.

De bes zou mij nu ondertussen wel verwachten om mij een voortreffelijk diner te laten schotelen, wat tot mijn genoegen vooral uit vis zou bestaan. Er was meer volk in het café dan ik had verwacht en twee tafeltjes waren bezet met eters, de moeder met haar kind waren er niet meer. De toog had de plaatselijke vissers aangetrokken, zodat er onvoldoende barkrukken aanwezig waren. Het oude besje, met opvallend veel verticale rimpels in het gelaat wat duidde op veel verwerkt leed, trakteerde me op een ‘halenée’ wat me achteruit dwong in mijn stoel. De hygiëne liet hier op elk gebied te wensen over en ik verzekerde mezelf uitsluitend gaargekookt of doorbakken voedsel te bestellen.

De keus bestond uit gebakken zeebaars, gebakken mosselen in de schelp, vissoep, gekookte kreeft en gebakken scharretjes. Ik bestelde een kleine kreeft vooraf en de gebakken mosselen in de schelp met brood als hoofdgerecht. De kreeft was een beetje té gaar maar de smaak was uitstekend. De mosselen had ik op deze manier nog nooit gegeten en ik was dan ook benieuwd hoe het gerecht zou worden opgediend. De schelpdieren werden onder luid gesis, in de pan hete olie gebakken en er werd een mengsel aan toegevoegd van room, knoflook, witte wijn en uiterst fijn gehakte groenten met kruiden. De geur alleen al deed me het water in de mond lopen. De smaak was dan ook overweldigend, in geen tijd was mijn bord leeg en met het resterende brood depte ik het achtergebleven vocht op om niets te missen. Of ‘monsieur’ wellicht nog een bord bliefde? Nou en of ‘monsieur’ dat bliefde! Het tweede bord liet even op zich wachten zodat ik de ‘geïmporteerde’ wijn uit de Loirestreek soldaat maakte en de bewogen en soms zelfs verhitte discussies aanschouwde die zich tussen de vissers afspeelden.

De puberende doorzichtigheid stak haar tot pruilens toe vertrokken giechelmondje om de hoek van de voordeur, wat haar een enorme scheldkanonnade van haar oma opleverde. Ik veronderstelde dat haar hulp dringend was verwacht deze avond, maar dat zij haar afspraak met de donkere peesjongen had verkozen boven haar werkzaamheden in het café. De inmiddels verwijderde grote hoeveelheid make-up gaf haar weer het uiterlijk terug van het verlegen meisje eerder die dag. Ze werd direct aan het werk gezet door mij het tweede bord met verrukkelijke mosselen te serveren. Ik kon het niet nalaten haar te vragen of zij een fijne avond had genoten. Het leverde mij twee prachtige twinkeloogjes op, ze zei niets maar ik had haar boodschap ontvangen en begrepen. Ze zond me nog een boodschap die ik ook begreep. Ze hield haar wijsvinger tegen haar giechelbek. Het tweede bord mosselen gaf me een zwaar gevoel van verzadiging, ik kon niet alles op tot mijn eigen verbazing.

Enkele vissers besloten af te haken, wellicht werden zij de volgende ochtend op het werk verwacht in redelijke staat tot het verrichten van wat arbeid op zee. Ik vroeg de bes de sleutel van het appartement en een glas calvados om mee naar boven te nemen, die me in die volgorde ook werd aangereikt. Het was niet nodig mij te wekken de volgende ochtend, want vreemd genoeg ben ik altijd op een belachelijk uur wakker, een soort ingebouwde wekker opent mijn ogen iedere ochtend rond een uur of halfzeven.

Reeds op de trap nipte ik aan mijn glas en gelijktijdig met dit gebaar trok een stekende kramp door mijn onderbuik. Ik had er al voor gevreesd. Net op tijd kon ik het toilet bereiken om me ontdoen van mijn boven en onderbroek. Met spetterend geweld werd mijn buik ontlast van het genuttigde diner. Zeker een half uur zag ik mij genoodzaakt te blijven waar ik was, op het toilet zonder papier. Steeds wanneer ik mijzelf probeerde te verzekeren dat het ergste nu wel achter de rug was, kreeg ik opnieuw kramp in mijn buik, wat weer een waterdunne straal tot gevolg had. Uiteindelijk had ik de moed mijn enkels te verlossen van mijn beide broeken, om plaats te nemen onder de niet al te schone douche. Na grof gekletter van de waterleidingen en stug steigeren van de douchekop werd ik getrakteerd op een straal uitsluitend koud water. Het bleek dat de doorzichtigheid ook was vergeten een handdoek voor de gast neer te leggen, ze had die middag immers belangrijker zaken aan het hoofd. Ik vloekte haar een groot aantal verwensingen toe in diverse gradaties, en zag mij genoodzaakt me af te drogen met een versleten vloerkleed die vol hondenharen zat. Ik stond naakt op de overloop in afwachting tot de volgende buikkramp, maar die bleef tot dusver uit. Voelde ik nu ook nog een misselijkheid opkomen? De gore toiletpot gaf mij in zijn hoedanigheid een extra steuntje zodat ik wat makkelijker dan gewoonlijk kon overgeven. Tijdens het tandenpoetsen gaf mijn buik me aan mij niet al te ver van het toilet te verwijderen. Die nacht bleef gelukkig van alles wat nog restte in mijn gederangeerde lijf.

De volgende ochtend durfde ik niet naar het toilet, vrezend voor mogelijk meer ongerief. Ik had wonderwel goed geslapen en was op de met mezelf afgesproken tijd wakker geworden. De vissersbootjes waren reeds op zee en de zon probeerde van boven het grijze binnenland door de wolken te breken. Ik bedankte de bes voor koffie die ik in geen geval wenste te nuttigen en vroeg haar de rekening op te maken voor het door het riool afgevoerde diner van de avond daarvoor.

Later heb ik talloze pogingen gedaan om de mosselen op de wijze te bereiden zoals de bes ze mij had voorgeschoteld, het is me nimmer gelukt de verfijnde smaak te benaderen. Wel dient gezegd dat ik na het eten van mosselen op mijn manier klaargemaakt, nimmer ziek ben geworden. Soms is het leven hard en leerzaam, de kunst is een combinatie te vinden tussen gerief en smakelijkheid.

Meer werk van Wim Oudesluijs




agenda

16-05-2012 t/m 09-07-2012 Expositie: Nelleke Tessen - van Liere

Expositie met fotogedichten van Nelleke Tessen - van Liere.  lees verder.

22-05-2012 Literaire avond: Spring

Spring wordt een intieme literaire avond waarbij het nieuwe boek van Hella de  lees verder.

23-05-2012 Afrika - Literair Festival

In het kader van de Maand van de Vrijheid organiseert SLAZ (Stichting Literaire  lees verder.

01-06-2012 Ruilactie: Boek & Ruil

De meeste boeken leest men maar één keer. Daarna staan ze vaak te verstoffen in  lees verder.

02-06-2012 Workshop Creatief schrijven met Thomas Olde Heuvelt

Schrijf je verhalen of wil je dat gaan doen? Dan is dit je kans! In de Week van  lees verder.

06-06-2012 Boekenverkoop Bibliotheek Vlissingen

Driedaagse verkoop van afgeschreven boeken op de eerste verdieping van  lees verder.