slotakkoord

Nick van Liere

Slotakkoord

Het huis is te klein om iedereen te ontvangen, de mensen staan tot op straat, die wit is van de bittere sneeuw. Ze dwaalt door de woning zonder te beseffen dat ze beweegt. Mensen spreken tegen haar maar de woorden bereiken haar niet. Iemand legt een hand op haar schouder maar ze voelt de warmte niet. Ze leeft, maar voelt de dood, die van hem in zijn geheel, die van haar als deel ervan. Iemand zegt dat ze moeten gaan.
Haar verkrampte hand omklemt als een vijfvingerige navelstreng die van haar oudste dochter. Samen lopen ze naar buiten. Vóór hen, in de zwarte auto, wacht hij, met meer geduld dan ooit. De kou striemt als een zweep over de op het water gewonnen gronden en de wind jaagt cactusnaalden korrelige sneeuw in hun gezicht. Ze schuifelen eindeloos achter elkaar aan. In de platgetrapte sneeuw scheidt de stoet een glanzend spoor af.
Aan haar ontsnapt geen kreet van rouw, uit haar oog welt geen traan. Er staan mensen langs de kant, zoveel dat het haar verwart. Ze ziet de mannen, merendeel eenvoudige mensen, hun pet afnemen en hem voor de borst houden. Het is een eresaluut en ze is zo trots op hem. Van de tocht naar de kerk zal ze zich verder niets herinneren. De deuren staan open, gastvrij bijna, maar wat had ze er voor over gehad er aan voorbij te gaan.
Zijn broers dragen de kist naar binnen. Het is afgeladen vol. Ze loopt door het middenpad en voelt de ogen in haar rug. Ze is er zolang niet meer geweest. De dominee begint met de dienst.

‘Wij zijn bijeen om hem nu te gedenken voor het aangezicht van de Heer en hem aan de Ene toe te vertrouwen. Onze gedachten zijn in liefde met hem. Wij denken ook aan zijn kinderen die hij zozeer heeft …….’

De preekstoel staat onder twee smalle gebrandschilderde ramen waardoor het gefilterde novemberlicht blauw kleurt. Recht tegenover haar hangt het grote houten kruis. Als ze over haar schouder omhoog kijkt ziet ze dat zelfs de plaatsen naast het orgel bezet zijn. Het is doodstil, de ademhaling zelf luistert mee.

‘Alle vlees is gras en al zijn goedertierenheid als een bloem des velds. Het gras verdort, de bloem valt af. De wind knakt haar steel. Eendagsbloemen zijn wij mensen, mooi maar kort van bloei. Vergankelijkheid, dat is waar wij hierover spreken. Het leven is ervan doordrongen. Het kind wordt man of vrouw, de jeugd gaat over in de ouderdom, het aardse leven vindt zijn einde in de dood. Alleen Gods woord onttrekt zich aan de vergankelijkheid.
Het gras is vlees. Dominicus, Sarah, Ruth, Martha, Benjamin, u en ik. Het woord verbindt wat bloeit en sterft. De rots die onwrikbaar in ons leven staat. Zijn stem klinkt in onze harten. Hij spreekt tot ons door zijn gezonden Zoon. Zei hij niet: Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven; die leeft en in mij gelooft, zal niet sterven in de eeuwigheid. Gelooft gij dat?

De dood heeft aangeklopt, maar aan de verkeerde deur. Niemand had open gedaan maar hij was binnengeraakt. Ze staart naar het kleurrijke tafereel uitgebeeld in de geschilderde ramen. Jezus die de zieken en kreupelen ontvangt. Ze leest de tekst eronder: God is liefde. Haar dochter voelt haar hand samentrekken en kijkt opzij. De halve sluier bedekt wel de ogen maar niet haar mond, waarvan de hoeken omkrullen.
‘God liefde? Ze balt haar vuist, een ongewoon gebaar op deze plaats.
Ook van Hem en de ondoorgrondelijkheid van zijn wil, zijn ongeëvenaardheid in het treffen van hen die hem nodig hebben, zijn onzichtbaarheid, zijn keuzes die gaan boven al wat voor een mens te begrijpen en te rechtvaardigen is, ook van Hem neemt ze vandaag afscheid. Krakend als een mestkever vermorzelt ze met een gelaarsde voet haar laatste restje geloof op de uitgesleten plavuizen van Zijn huis.
Ze schrikt op als het orgel inzet en de kerk zich als een zucht uit de banken verheft. Gezang davert over de hoofden. Ze glijdt weer weg in een onbenoembare afwezigheid. Maar al had ze de woorden gehoord, ze zouden haar niet bereikt hebben.

‘Mijn lijdend hart blijv’ hopen,
blijv’ hopen onversaagd.
al spert zich d’afgrond open…..’
‘….maar zijn arm, der vromen hoop, stuit de boozen in hun loop….’

Na het slotgebed begeeft de stoet zich naar de begraafplaats. In het gat van de holle boom is een handvol sneeuw gewaaid. De hoge takken van de goudenregen snijden de grijze lucht in reepjes. Het schelpenpad knispert als zijn broers de kist naar de open wond in de aarde dragen. 
graf.jpg
Ze luistert naar de sprekers maar hoort alleen de wind. Ze voelt alleen zijn hart, nog kloppend in dat van haar. Ze zal het voor altijd sluiten voor een ander. Trouw tot over het graf.
Samen met de familie blijft ze achter. Ze pakt een handvol harde kluiten en gooit ze op de kist. Uit haar ogen spreekt de wens dat ook haar leven ingekuild wordt. Niet straks, niet na oneindig lange jaren, maar nu. Roffelend komt de aarde neer op het hout. Ze slaakt een gil en valt in de armen van haar dochter.


Meer werk van Nick van Liere




agenda

16-05-2012 t/m 09-07-2012 Expositie: Nelleke Tessen - van Liere

Expositie met fotogedichten van Nelleke Tessen - van Liere.  lees verder.

22-05-2012 Literaire avond: Spring

Spring wordt een intieme literaire avond waarbij het nieuwe boek van Hella de  lees verder.

23-05-2012 Afrika - Literair Festival

In het kader van de Maand van de Vrijheid organiseert SLAZ (Stichting Literaire  lees verder.

01-06-2012 Ruilactie: Boek & Ruil

De meeste boeken leest men maar één keer. Daarna staan ze vaak te verstoffen in  lees verder.

02-06-2012 Workshop Creatief schrijven met Thomas Olde Heuvelt

Schrijf je verhalen of wil je dat gaan doen? Dan is dit je kans! In de Week van  lees verder.

06-06-2012 Boekenverkoop Bibliotheek Vlissingen

Driedaagse verkoop van afgeschreven boeken op de eerste verdieping van  lees verder.