maskervanvuur

Nick van Liere

Masker van vuur

Het kondigde zich aan met het lichte trillen van het glas, onhoorbaar voor wie hier zomaar zou binnenlopen. Maar voor ons klonken ze als alarmbellen. Ik stootte de Pool aan en legde een vinger op mijn lippen. Hij begreep het gebaar en waarschuwde de Fransman tegenover ons door op zijn vingers te fluiten, vijf gespreide vingers omhoog te steken en naar boven te wijzen. We hadden vijf minuten om naar beneden te gaan, niet meer dan een voorzorgmaatregel, want we wisten uit ervaring wat het doel van de aanvallen was: de steeds weer uit hun as herrijzende wapenfabrieken kilometers verderop. Nog voor het luchtalarm, door de bommenwerpers als een drukgolf voor zich uitgestuwd, de stilte buiten zou verscheuren zou iedereen al gewaarschuwd zijn. Binnen enkele ogenblikken zou alles overstemd worden door het gedreun van de motoren boven onze hoofden. Maar deze avond waren de klanken doffer, het gegrom grimmiger en massaler.
‘Veel Kerstbomen vanavond Dominicus’, zei de Pool in zijn gebroken Duits. Hij doelde op de uitgeworpen lichtfakkels, voor de bemanning een onmisbaar baken bij het afwerpen van de bommen. Het licht vertakt zich zodat ze een goed zicht hebben op hun doelen. De Fransman, die mij vanwege mijn naam maître noemde, floot tussen zijn tanden, alsof hij een verleidelijke Parisienne zag.
Een enkeling liep al in de richting van de kelders, maar het merendeel maakte rustig zijn werk af, nonchalant geworden omdat we dit al zo vaak hadden meegemaakt. Maar om de een of andere reden vertrouwde ik het niet en spoorde de Fransman en de Pool aan haast te maken. We waren bijna bij de trap toen een gierend gefluit gevolgd door een enorme explosie ons tegen de grond wierp.
Hadden de piloten onjuiste coördinaten gekregen? Was het eskader door het hevige afweergeschut gedwongen zijn lading voortijdig af te werpen om zo aan het moordende vuur te ontsnappen? Of was in deze fase van de oorlog ook onze fabriek doelwit geworden? De schijnveiligheid van de voorbije maanden bleek nu een dodelijke val.
Ik probeerde ondanks de stekende pijn in mijn oren op te staan, maar werd gehinderd door iets dat op me lag. Met de grootste moeite lukte het me naar rechts te draaien. Nog versuft van de daverende inslagen zag ik de Pool liggen. Ik herkende hem aan zijn schoenen met opengesneden neuzen. Aan de rechter zat nog een deel van zijn been, tot boven de knie, in de linker stak alleen een enkel. Beneden, halverwege de trap, hing zijn onthoofde romp. Een bloederig spoor door het neerdalende stof gaf aan waarheen zijn hoofd was gerold. Het was tot stilstand gekomen tegen een van de kelderpilaren.
Ik was misselijk als een hond en bad dat ik zo wakker zou worden en me opgelucht kon omdraaien. Maar dit was geen tijd voor dromen. Er liep iets kleverigs in mijn nek.
Toen kwam de tweede aanval. De druk van de ontploffingen sloeg als een golf door de vloer en ik voelde hoe de last van mijn rug werd afgeworpen. Ik draaide me om en keek in de verbaasde ogen van de Fransman die nog niet leek te beseffen dat hij dood was. Ik had ongetwijfeld aan hem mijn leven te danken. Ik daalde de trap af en liep naar de hoek waar een handjevol mannen zat. Een aantal kende ik van gezicht, met anderen had ik regelmatig gesproken. Een paar Italianen en Fransen, een Belg en een Pool. Vragend keek ik hen aan.
‘Wij waren net klaar en wilden eerst nog op de rest wachten, maar omdat die nog even bezig waren besloten we toch maar te gaan’, riep de Belg boven het lawaai uit.
Ik knikte. Beschut door het meters dikke beton hoorden we boven ons de razernij te keer gaan. Niemand durfde te denken aan wat we daar straks zouden aantreffen, als we hier al levend uitkwamen.
De stilte na de aanval was onwerkelijk. Het stof verspreidde zich snel. Iemand maakte het gebaar van de vijf vingers en wees naar boven. Het was duidelijk dat we hier niet veel langer konden blijven. De hitte verplaatste zich snel naar beneden en de damp vergiftigde de lucht. Door de grijze nevel begonnen oranje vlekken te schemeren. Ik liep naar het lichaam van de Pool, pakte voorzichtig zijn hoofd op en legde het er naast. De warmte ervan tintelde in mijn handen. Terwijl ik dit schrijf voel ik het weer. Morgen zouden we wel voor een gepast afscheid zorgen.
De ravage was enorm. Giudecca!, riep een van de Italianen en hief zijn armen omhoog. Gesmolten door de vuurzee had Lucifer zich uit de Judasput bevrijd.
De bommen hadden het hart van de fabriek geraakt, daar waar de machines stonden en de mannen dicht op elkaar hun werk deden. Alles was weggevaagd en wie de eerste explosies had overleefd was kansloos geweest door het vuur dat razendsnel om zich heen had gegrepen. Van de 220 mannen waren wij de enigen die tijdig de kelder hadden weten te bereiken. Het was te snel, te onverwacht gegaan. Ze hadden als ratten in de val gezeten.
Buiten klonken de sirenes van de brandweer die ons naar buiten bracht en een slok water en een homp brood gaf. Die nacht sliepen we in zalen vol lege bedden. In wat eens een fabriek was geweest smeulde de hele nacht nog het vuur, in de barakken de stilte. 
dresden.jpg
De volgende dag werden we ingezet bij het bergen van de lijken. Ons leven ging door met het ruimen van de dood. Ik was ziek van de stank van verbrand vlees en afval. Met doeken voor onze mond gingen we aan de slag. Natuurlijk, we hadden eerder doden moeten bergen. In andere fabrieken, met onbekende lichamen. Maar hier ging het om mensen met een gezicht, een verhaal. Niet dat we zo vertrouwd waren met elkaar, maar in de omstandigheden waarin we leefden, ver van huis, zonder berichten met alleen de weifelende hoop, was vriendschap snel gevonden. Maar hoe moeilijk waren ze te herkennen. De anonimiteit van de dood kan niet groter zijn dan wanneer hij schuilgaat achter een verkoold masker. De zwarte beenderen gloeiden alsof ze het leven nog vast wilden houden. De blikkerend witte tanden beloofden vals een nieuwe mooie dag. Ik vraag me af welke kleur de herinnering er aan zal geven. Dat zal ik pas weten als ik ooit heelhuids uit dit godvergeten oord weer thuis kom…

Dit verhaal is gebaseerd op brieven van een Zeeuwse dwangarbeider die getuige was van het geallieerde bombardement op Dresden, 13 februari 1945.

Meer werk van Nick van Liere




agenda

16-05-2012 t/m 09-07-2012 Expositie: Nelleke Tessen - van Liere

Expositie met fotogedichten van Nelleke Tessen - van Liere.  lees verder.

22-05-2012 Literaire avond: Spring

Spring wordt een intieme literaire avond waarbij het nieuwe boek van Hella de  lees verder.

23-05-2012 Afrika - Literair Festival

In het kader van de Maand van de Vrijheid organiseert SLAZ (Stichting Literaire  lees verder.

01-06-2012 Ruilactie: Boek & Ruil

De meeste boeken leest men maar één keer. Daarna staan ze vaak te verstoffen in  lees verder.

02-06-2012 Workshop Creatief schrijven met Thomas Olde Heuvelt

Schrijf je verhalen of wil je dat gaan doen? Dan is dit je kans! In de Week van  lees verder.

06-06-2012 Boekenverkoop Bibliotheek Vlissingen

Driedaagse verkoop van afgeschreven boeken op de eerste verdieping van  lees verder.