bedvansteen

Nick van Liere

Een bed van steen

Mijn linkerhand ligt in die van Sarah, in de rechter klem ik mijn tekening alsof hij elk moment weggerukt kan worden. Ik heb er uren op gezwoegd. Een boot dobberend op blauwe golfjes. Rookpluimen kleven tegen de paars gekraste lucht waar wit doorheen schemert. Met de zwarte vulpen heb ik zijn naam er boven geschreven. Voor……
‘Waarom heb je die witte vlekjes niet gekleurd?
‘Dat zijn meeuwen!’
Ze strijkt me door mijn haren. ‘Die zal hij vast heel mooi vinden.’
Haar woorden vervullen me met trots en verwarren me nog meer.
Bij het parkje van het verenigingsgebouw tegenover ons huis houdt ze stil: ‘laten we boterbloemen voor hem plukken.’
Zelf heeft ze op de markt witte anjers gekocht. Ik heb ze zien staan op de keukentafel. Vochtig papier er omheen. De knoppen steken uit haar tas.
Ik ga op mijn knieën zitten en leg de tekening in het gras. Voorzichtig pak ik de tere stengels en trek ze er een voor een uit. Mijn andere hand laat de tekening geen moment los. Papier vastgeklonken aan een handboei.
‘Zo is het wel genoeg’. Ik knik. We vervolgen onze weg. De lichte zeewind beroert de bomen boven ons. Ik voel de opwinding die hoort bij bezoek aan een onbekende.
Onderweg komen we langs Scheldeoord, het bejaardenhuis van mijn grootvader.
‘Gaan we niet naar binnen?’, vraag ik.
‘Als hij jarig is.’
‘Wanneer is dat?’
‘Oh, dat duurt nog een hele tijd.’
We bezoeken zelden de man die mijn oma met vijftien kinderen heeft geschopt. Zo zegt ze dat altijd. Geschopt. Ik weet niet goed wat het betekent, maar het is vast bedoeld zoals het klinkt.
Voorbij het nieuwe ziekenhuis is het nog maar een klein stukje zegt ze.
Zwijgend lopen we voort. Het is vroeg en de straten stil.
‘We zijn er, kom maar.’
Ze duwt het hek open dat knarst in zijn roestige hengsels.
Het kerkhof wordt omringd door huizen als om de mensen er aan te herinneren dat de dood er toe doet. Soms kan je bij vloed de golven van de rivier, vanwege het getij hier de zee genoemd, horen rollen. Bij eb gaan de zielen van de gestorvenen mee en met de stormen die met tijdsprongen van soms vele jaren hier over het polderland razen nemen ze wraak. Maar dat weet ik dan nog niet. Ik krijg dat veel later te horen. Veel dingen krijg ik pas later te horen.
Voor het eerst betreed ik de plaats waar de doden liggen in hun onbereikbare verlatenheid, nog niet beseffend dat zich in die onzichtbare massa de man bevindt van wie ik nog moet leren houden. Proberen te houden. Proberen te willen houden.
Het nevelt boven de graven en de sluiers verstikken mijn adem. Een trage pijn knoopt zich om mijn darmen. Als ik er nu aan terugdenk voelt het alsof het gisteren was. Mijn vuist drukt kreukels in de opgerolde tekening.
De paden zijn bedekt met schelpen, net als alles op deze plek een huls van het voorbije leven. Ze kraken onder mijn voeten die ik voorzichtig neerzet, bang om de stilte, zwaar als een rouwkleed, te verstoren.
Ik kijk naar de eindeloze rijen stenen.
‘Als je dood bent ga je toch naar de hemel?’, vraag ik en kijk omhoog naar haar.
Ze knikt, schudt dan haar hoofd.
‘Hoe kom je er dan uit?’
‘Wat bedoel je?’
‘Als je naar de hemel gaat. Hoe kom je dan vanonder die steen?’
Het duurt even voor ze antwoord geeft.
‘Dat weet niemand lieverd, maar veel mensen geloven dat.’
‘Jij ook?’
‘Vroeger wel, maar nu niet meer.’
‘Waarom niet?’
‘Dat kan ik je nu niet uitleggen. Kom, we moeten nog een stukje.’
We lopen verder. Ik krijg geen lucht en adem door mijn mond. Grote happen alsof ik eindeloos lang op de bodem van de rivier heb gelegen en met een laatste krachtsinspanning boven ben gekomen.
‘Waar is hij dan?’, fluister ik.
‘Het is niet ver meer.’
‘Mag je hier wel hardop praten?
‘Natuurlijk jongen, wat haal je je toch in je hoofd?’
Ze bijt op haar lip.
Bij een kastanje wijs ik naar een groot gat in de stam.
Geheimzinnig zegt ze: ‘Daar wonen kaboutertjes. Ze passen op hem. Hij slaapt en mag niet meer wakker worden, anders komt de pijn weer terug.’
‘Hoelang slaapt hij dan nog?’
‘Ik denk dat hij niet meer wakker wordt.’
‘Maar hoe komt hij dan in de hemel?’ Ik geef het zomaar niet op.
‘Ik heb je al verteld dat niemand dat weet.’
‘Heeft hij nog pijn?’
‘Nee. Kom, laten we doorlopen.’
Ik denk aan mijn knagende tandpijn. ‘Je bent aan het wisselen’, had ze gezegd toen ik haar het wiebelig tandje liet zien dat ik na eindeloos gedraai en getrek als een hoornig stompje in een vlekkerige zakdoek had gefrommeld. Ook voel ik weer die brandwond dat een rozig merkteken heeft achtergelaten op mijn arm na het vuurtje stoken op het terrein van de groenteveiling achter de bloemenbuurt. Het zit er nog altijd. Een van de buurjongens had een flesje leeggegoten op het vuur waardoor de vlammen hoog waren opgelaaid. Wekenlang had ik met mijn arm in het verband gelopen. Het was een nare vermoeiende pijn met onrustige nachten en een martelende jeuk, net zoals later bij het cicilium van mijn huiduitslag toen ik allergisch bleek voor penicilline. Het was in de tijd van mijn eerste liefde die….
Nee, blijven slapen is goed.
We lopen het pad af als ze me plotseling aan mijn arm achter de struiken trekt. Ik schrik maar ze legt een vinger op mijn lippen. Dan bukt ze zich. Door de takken heen zie ik een kleine man naar de uitgang lopen. Hij draagt een zwarte jas die tot zijn voeten reikt.
‘Kom, we gaan weer’, zegt ze als hij uit het zicht is verdwenen.
‘Wie was dat? Waarom deed je dat?’ Verbouwereerd kijk ik mijn moeder aan.
‘Iemand die je niet kent.’ Haar oog vonkt en haar stem klinkt zo grimmig dat ik niet verder vraag.
‘Hier is het.’
Voor de opstaande witte steen spreidt zich een bed van kiezelsteentjes. Het lijkt me niet fijn daaronder te moeten liggen.
Ik lees de zwarte letters en wijs naar het onbegrijpelijke ‘JOH 11:25.’
‘Wat is JOH? En hoe kun je 11 nu delen door 25?
Sarah aait hem over mijn hoofd. ‘Iets uit de bijbel.’
‘Wat dan?’
‘Een soort versje.’
Ik hoor aan haar stem dat ze hier geen zin in heeft. Pas dan valt me op dat de meeste andere graven een platte steen hebben.
‘Waarom staat deze steen rechtop?’
‘Omdat ik trots op hem ben.’
Ik kijk haar aan, begrijp er niets van, maar zwijg.
‘Kom, ik zal de bloemen even verversen. Maak het lintje van je tekening maar los.’
Ik hurk neer.
‘Leg er maar wat kiezeltjes op. Ik ben zo terug.’ 
tekening.jpg
Op de hoeken stapel ik zorgvuldig wat steentjes. Ik trek gleufjes in de kiezeltjes die ik door mijn handen laat glijden.
Ik krijg het gevoel dat ik me moet voorstellen.
‘Ik ben Benjamin en schrijf altijd met je zwarte pen. Die heb ik van haar gekregen.’ Ik buig mijn hoofd in de richting van het pad waar ze met haar bloemen verdwenen is.
De man onder zijn steen zwijgt.
‘Daarmee heb ik mijn naam er op gezet.’ Ik wijs naar de tekening.
Ik spits mijn oren, maar het enige dat ik hoor is het geritsel van de bladeren boven me.
‘Ik heb een boot getekend, kijk maar.’ Ik schuif het papier bruusk naar het midden. Ik begin ongeduldig te worden.
‘Dit zijn meeuwen, die had ze niet gezien.’
Maar dat heeft hij natuurlijk allang opgemerkt, net als de vaders van mijn vriendjes. Die weten ook alles.
Als ze terugkomt met vers water zet mijn moeder de vaas in een kuiltje tussen de steentjes.
‘Kom, het is tijd om te gaan’ en ze pakt mijn hand. Als we het pad aflopen draai ik me nog eenmaal. Waarom heeft hij niks gezegd? Weet hij eigenlijk wel hoelang ik over die tekening heb gedaan?
‘Mama’, begin ik maar haar knipperend oog verzegelt mijn lippen. In eenparige stilte verlaten we de begraafplaats. We nemen dezelfde weg terug. De wind bokt ongedurig in de bomen.
Haar zwijgen wordt mijn zwijgen. Ik moet mijn vragen achterlaten op zijn steen maar ik twijfel er niet aan dat daar de antwoorden liggen. Hoe kan ik weten dat ze in mezelf liggen maar dat ik er nog lang niet bij kan? 

Meer werk van Nick van Liere




agenda

16-05-2012 t/m 09-07-2012 Expositie: Nelleke Tessen - van Liere

Expositie met fotogedichten van Nelleke Tessen - van Liere.  lees verder.

22-05-2012 Literaire avond: Spring

Spring wordt een intieme literaire avond waarbij het nieuwe boek van Hella de  lees verder.

23-05-2012 Afrika - Literair Festival

In het kader van de Maand van de Vrijheid organiseert SLAZ (Stichting Literaire  lees verder.

01-06-2012 Ruilactie: Boek & Ruil

De meeste boeken leest men maar één keer. Daarna staan ze vaak te verstoffen in  lees verder.

02-06-2012 Workshop Creatief schrijven met Thomas Olde Heuvelt

Schrijf je verhalen of wil je dat gaan doen? Dan is dit je kans! In de Week van  lees verder.

06-06-2012 Boekenverkoop Bibliotheek Vlissingen

Driedaagse verkoop van afgeschreven boeken op de eerste verdieping van  lees verder.