verdronken

Ed Hoornik

Te Middelharnis is een kind verdronken

Te Middelharnis is een kind verdronken:
sober berichtje in het avondblad
onder een hooiberg, die had vlam gevat;
nevens een zolderschuit, die was gezonken.

middelharnis.jpg

Zes dagen heeft het in mij nageklonken.
Op het kantoor vroeg men: zeg, heb je wat?
Ik werkte door, maar steeds weer hoorde ik dat:
te Middelharnis is een kind verdronken.

En kranten waaien weg en zijn verouderd,
de dagen korten, nachten worden kouder,
maar over 't water komt zijn kleine stem.

-Te Middelharnis- denk ik, 'denk aan hem
en bed zijn hoofdje tusschen hart en schouder,
en zing voor hem dit lichte requiem...

Ik staar uit het raam van 't kantoor en
beneden gaan menschen uiteen...
Was jij nu maar nooit geboren
dan was ik nu minder alleen,
dan zou ik niet altijd hooren
het ruischen van riet om mij heen.


Te Middelharnis ... werd het daar geboren?
Of was het daar, toen 't met vacantie was?
Was er bezoek en wou het niemand storen?
Nam het zijn schip en liep het naar de plas?

Was er geen vriendje, dat met hem wou spelen?
Zocht hij de markt af? Duldde men hem niet?
Wilde een oud're knaap zijn knikkers stelen?
Zag géén den jongen, die het dorp verliet?

Stond er geen man achter de laatste huizen,
een donk're man met een harmonica,
die hem den weg zag inslaan naar de sluizen
direct langs 't kanaal? En korten tijd daarna...

Schoven er langzaam wolken voor het blauwe
en kwam het donker dreigend op den weg.
Ik zie een wachthuis, reddinghaken, touwen...
Mannen en vrouwen dringen om een dreg...

-Wees niet zoo haastig!- klinkt het aan mijn schouder,
-zóó is het niet gebeurd, ik wou terug.
Denk aan je eigen zoon: word mij vertrouwder.
't Was avond, zie je mij? 't Was bij de brug...-

Rechthoekig en zwart staat de toren,
het water beneden wordt grijs;
de wind ging over je sporen,
op 't raam komen bloemen van ijs...
En jij, bij de brug, zul je 't hooren
't Carillion speelt dezelfde wijs.

't Was bij de brug dus? Liggend aan het water
staarde hij naar zijn afgedreven boot;
de biezen fluisterden: keer weer, en later
-'t was donker al- was 't, of de vogel 't floot.

En toen hij aarzelde - Tot wie te keeren?-
dreven maanwolken als nomaden aan;
wentelden rond, rekten zich uit tot veeren,
en zag hij sluiers door het water gaan.

En op dien spiegel is hij toegeloopen,
rechtop de beelden in de diepte aan...
Toen men hem vond waren zijn oogen open,
en ze zijn nooit volkomen dichtgegaan.

Te Middelharnis is een kind verdronken...
-Zoo was het niet. Zoo is het niet gegaan.
Er was geen brug, je was in droom verzonken;
't was nacht; zie je het nu? Nacht zonder maan.-

Hoe lang is het nu al geleden..?
De winter ging door de allee:
Ik maakte de bel aan de slede;
naar ieder feest trok ik mee...
Een bellen:,,Keer weer op uw schreden,
uw mantel is ruim; neem mij mee.''


't Was nacht dus..? Urenlang had hij geloopen
of liggen slapen en hij wist het niet;
toen gingen in de beemden lichten open:
kleine lantarens dansten in het riet.

Zochten ze hem? Die met den baard, zijn vader,
zich even bukkende, riep hij hem niet?
Angst was die stem, àl angstiger en nader...
Maar dit was ver of in een droom geschied.

Stuwde de wind het water op de landen?
Blies hier God's toorn over het Haringvliet?
Langs tros en meerpaal en gekeerde manden
was hij gegaan... Was daar de zee nog niet?

Slijm'rige dieren kropen naar zijn beenen
en lagen in de ribbels van het zand,
keerden zich om en waren zachte spenen;
één liet een slijmspoor achter op zijn hand.

Hij dacht aan huis: -Ik zal mij extra wasschen-,
dacht het in doodsnagst, want reeds zoog het zand
en trok hem weg...Snel ging het water wassen...
Grauw kwam het daglicht aan den hemelrand...

Ik zie een boerenman een muts oprapen;
de wind draait landwaarts over 't Haringvliet...
Mijn vrouw komt binnen: ,,Zou je niet gaan slapen?''
Ik krimp tezamen en ik antwoord niet.

Ik heb in je speelgoed gerommeld:
je moeder heeft alles bewaard.
-Op die doos daar heeft hij getrommeld-,
zei de hond met de staande staart.
En even heeft, éven, geschommeld
je kleine wit-houten paard...


Te Middelharnis is een kind verdronken.
Men vond zijn muts er aan den waterkant.
Zwaar en aanhoudend heeft de klok geklonken;
boerinnen kwamen haastig over het land...

Dit is het beeld. het wijkt en is verzonken.
Ik schuif je bed onhoorbaar aan den wand.
O vrouw, had mij een lok van hem geschonken!
Je schrikt: de schaar is open in je hand.

te Middelharnis is een kind verdronken.
het schoolhoofd schreef er over in de krant;
er werd begraven en er werd gedronken.

Te Middelharnis... In het polderland...
-Was het dan zóó?- ...Geen antwoord heeft geklonken
Ik zit alleen en bijt mij in de hand.

Wie heeft op zijn nagels gebeten:
wiens tanden haakten in 't vleesch?
Wie kan er het kind niet vergeten,
dat over zijn droomen rees?
Geen lichtstraal valt meer door de reten;
in keelholten woekert de vrees.



Meer werk van Ed Hoornik




agenda

16-05-2012 t/m 09-07-2012 Expositie: Nelleke Tessen - van Liere

Expositie met fotogedichten van Nelleke Tessen - van Liere.  lees verder.

22-05-2012 Literaire avond: Spring

Spring wordt een intieme literaire avond waarbij het nieuwe boek van Hella de  lees verder.

23-05-2012 Afrika - Literair Festival

In het kader van de Maand van de Vrijheid organiseert SLAZ (Stichting Literaire  lees verder.

01-06-2012 Ruilactie: Boek & Ruil

De meeste boeken leest men maar één keer. Daarna staan ze vaak te verstoffen in  lees verder.

02-06-2012 Workshop Creatief schrijven met Thomas Olde Heuvelt

Schrijf je verhalen of wil je dat gaan doen? Dan is dit je kans! In de Week van  lees verder.

06-06-2012 Boekenverkoop Bibliotheek Vlissingen

Driedaagse verkoop van afgeschreven boeken op de eerste verdieping van  lees verder.