boerengravin

Boerengravin

‘Vrouwe,’ hadden ze haar genoemd, de drie meisjes in het duin.
Toen Sanna naar de zee staarde en de drie meisjes opmerkte was haar een beeld van veertig jaar eerder verschenen.
Destijds was zij het die daar zat, met haar zusje Janna en het dochtertje van een van de knechten, Neeltje Leijnse. Allebei dood. Janna in 1895 door het ongeluk op de molen. Neeltje hetzelfde jaar nog aan de koortsen. Wat was de vrouwe van destijds elegant geweest in haar eenvoudige maar kleurige robe afgezet met sierlijke kant. Franse couture, zo wist ze nu, maar toen was het haar voorgekomen als een gewaad van vorstelijke allure, en dat in Zoutelande! Het was de jonge echtgenote van de nieuwe predikant Nuiman geweest.
Sanna was meteen opgestaan zodra ze de elegante vrouw zag en had daar - tien jaar oud - haar tweede revérence gemaakt, zoals haar moeder het haar geleerd had, een jaar eerder, bij de verwelkoming van de nieuwe dokter. Het had haar moeite gekost om hetzelfde gedaan te krijgen van haar zusje en Neeltje, maar Sanna vond dat het moest. Haar vader was immers ouderling.
‘Vrouwe...’ Sanna herhaalde het zacht en glimlachte, terwijl door het raampje van haar rijtuig het Walcherse land aan haar voorbijtrok. Het laatste vlas werd geoogst. De zomer zou nu snel voorbij zijn. De boeren voorspelden een strenge winter. De oude Haersma, haar Middelburgse arts, had Sanna aangeraden nogmaals af te reizen naar Menton aan de Zuid-Franse kust.
Het rustige klimaat van de Alpes-Maritimes zouden als altijd een weldaad zijn voor de gewrichten; maar ze zag op tegen de lange reis. Ze was al verder geweest dan haar moeder die nooit het eiland had verlaten; en vaak verlangde ze naar de warme avonden evenals naar het mooie zicht op de citroenbomen, maar toch kon ze zich er niet toe zetten om nu nog zo’n lange reis te ondernemen.

Haar koetsier Maarten leek elke kuil te nemen die hij kon vinden. Geërgerd tikte ze met haar parasol tegen het dak. Ze wist dat hij nu zou brommen over de aanschaf van een automobiel. Maarten had het vele malen ter sprake gebracht, zelfs haar eigen zoon was het met hem eens. Maar Sanna zag niet in waarom zij, in haar jaren, nog zo nodig ergens snel moest zijn.

Tevreden keek ze naar de mannen op de bouwlanden. Ze staakten hun werk en met gebogen hoofd en de hoed in de hand wachtten zij, tot zij zou passeren. Na vele jaren was het inmiddels gewoon geworden. Ze kon het zelfs opbrengen om net als haar schoonmoeder te wuiven.
‘Dat respect moet je beantwoorden. Pachters zijn bijzonder trouw als je ze een zekere waardering teruggeeft. Let wel, je moet het niet overdrijven. Er dient afstand te blijven, anders worden ze te familiair.’ In gedachten hoorde ze de goedbedoelde raad van haar schoonmoeder, die sinds de huwelijksdag van haar zoon met de dochter van boer Witlock, Sanna’s afkomst geheel vergeten leek te zijn.
 
‘Je moet ze het idee geven dat ze gewaardeerd en nodig zijn, dan blijven de pachtprijzen betaalbaar in moeilijke tijden.’ De woorden van de oude gräfin Haalroth werden gevolgd door die van haar vader, die meer dan eens de pet zag afnemen bij het passeren van een rijtuig. Één korte waarschuwing van een der knechten was voldoende voor Andries Witlock - die ondanks zijn grote bezit enkele aanpalende landerijen pachtte - om met één handgebaar zijn arbeiders de pet in de hand te laten nemen, om de vrouwen het hoofd te laten buigen en om de kleine kinderen onder de twaalf jaar een stukje zwaaiend te laten meerennen met het rijtuig.
 
Sanna kende het ritueel van beide kanten. Ze respecteerde deze omgang tussen de beide klassen die al meer dan vierhonderd jaar onveranderd was. Het was slechts een enkele keer - op haar vrijmoedige momenten - dat ze Maarten halt liet houden en tot grote verbazing van de knechten en meiden, met haar breedvallende rokken al slepend over de akker, informeerde naar de oogst.
Ze schiep er veel plezier in om op die momenten ook haar oude dialect weer eens te spreken. Hoewel het er niet toe deed, ze wist dat het haar ook geliefd maakte onder de boeren die haar vader nog hadden meegemaakt - en tegelijk voelde zij zich daardoor wat ongemakkelijk. Maar meestal dacht ze niet aan die randverschijnselen en schaarden die vrijmoedige momenten zich tussen de herinneringen die haar op koude winterdagen verwarmden.
‘Wie heeft Menton nodig,’ mompelde ze in zichzelf en zwaaide vriendelijk naar de kinderen die blijmoedig over de vlasakkers meerenden met haar rijtuig.

Meer werk van Alexander van Haart
 




agenda

07-02-2012 Lezing: Travalje

Stichting Vrienden van de Travalje verzorgt een lezing over travaljes, oftewel  lees verder.

07-02-2012 SLAZ presenteert: Een avond met Ernest van der Kwast

Ernest van der Kwast wordt op 1 januari 1981 geboren in Bombay, India. In zijn  lees verder.

17-02-2012 Recht als taal en literatuur

In deze lezing is de focus op het recht als literatuur. Er worden twee  lees verder.

24-02-2012 Recht en verhaal: het belang voor de praktijk

Vierde lezing in de serie over Recht, taal en literatuur. Deze laatste lezing is  lees verder.

02-03-2012 Boekverkoop

Op 2 en 3 maart kunt u weer afgeschreven boeken kopen op het Plein, begane  lees verder.